Ouders en Vreedzaam

Ouders en Vreedzaam

De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk staan nooit stil. Een van de ontwikkelprojecten van de afgelopen jaren was De Vreedzame Wijk 2.0. Hierin is samen met de Universiteit Utrecht gewerkt aan het ontwikkelen van vernieuwende aanpakken om ouders te betrekken bij Vreedzaam. Het project is zojuist afgerond.


Het voert te ver om hier een uitgebreide samenvatting te geven van wat er in het project is gebeurd. Dit kunt u lezen in dit eindverslag:


Het ontwikkel- en onderzoeksproject Vreedzame Wijk 2.0 beoogde meer inzicht te krijgen in hoe we ouders en bewoners kunnen betrekken bij De Vreedzame Wijk, bij het opvoedklimaat in school en in de wijk, om zo (democratische) burgerschapsvorming van kinderen te versterken, én om daarmee een ‘beschermende schil’ te creëren door sociale netwerken om ouders, kinderen en jongeren heen te versterken.

De ervaringen in het project en de bevindingen uit het onderzoek leiden tot een groot aantal conclusies en aanbevelingen. We halen er een paar uit. De rest kunt u zelf lezen in het eindrapport.

In het algemeen blijkt er een sterke behoefte bij ouders te bestaan om meer te weten over het gedachtegoed van De Vreedzame School en De Vreedzame Wijk. Die belangstelling lijkt voort te komen vanuit verschillende belangen: soms is die behoefte gekoppeld aan de eigen (pedagogische) zorgen van ouders. Soms aan de behoefte aan een gezamenlijke opvoedingsverantwoordelijkheid voor elkaars kinderen. En soms vanuit de behoefte om bij te dragen aan de vorming van democratisch burgerschap bij jeugdigen. Het is aan te bevelen om expliciet te bespreken met ouders waar hun behoefte ligt, en daarop aan te sluiten met het organiseren van activiteiten of het mobiliseren van betrokkenheid.

De experimenten die we hebben gedaan met ouderstuurgroepen (‘vreedzame ouderraden’) lieten zien dat de aanpak vruchtbaar kan zijn. Het idee om positief ingestelde ouders op een daadwerkelijk gelijkwaardige wijze te betrekken bij de pedagogische taak van de school en hen een rol te geven in de oudergemeenschap in en om de school maakte veel enthousiasme los, zowel bij ouders als bij scholen.

Wel zijn we een aantal voorwaarden op het spoor gekomen, zoals een toegankelijke directie, beschikbaar voor vragen, open en ‘warm’ naar ouders, die daarin het voorbeeld is voor leerkrachten (en zorgt voor draagvlak bij het personeel). Ook dient er in de school een goed ‘vreedzaam’ klimaat te zijn: de kwaliteit van de uitvoering van het programma (DVS) moet op orde zijn. En er zal een open houding van de school naar de wijkinstellingen moeten zijn en een visie op ‘gezamenlijk opvoeden’, waarin samenwerking met wijkprofessionals of vrijwilligers gezien wordt als een meerwaarde.

In het project zijn ook ouders getraind in mediatievaardigheden, met het oog op het inzetten van die vaardigheden rondom de school, ook bij kinderen van andere ouders. In de praktijk bleek dat training van vaardigheden in het aanspreken van andermans kinderen niet zomaar voldoende was. Hoe enthousiast de ouders ook waren, de geleerde vaardigheden werden weinig ingezet, vooral uit angst voor de reactie van de ander. Het lijkt nodig om daarnaast ook te werken aan een sterker sociaal netwerk waarin mensen elkaar regelmatig tegenkomen in de buurt en elkaar (her)kennen.

In 2018 zal de dissertatie van Maartje van Dijken verschijnen, waarin het onderzoek dat tijdens dit project is uitgevoerd wordt beschreven.