Ontstaansgeschiedenis

De Vreedzame School is ontstaan in 1998, na een studiebezoek aan de Verenigde Staten. De aanleiding voor die studiereis lag in de vragen die wij als onderwijsadviseurs in Utrecht steeds vaker kregen over de omgang met ‘moeilijke’ leerlingen. Scholen klaagden over hoe ingewikkeld het was om personeel te krijgen voor de hogere groepen, met name in scholen in achterstandswijken. En als er al leerkrachten te vinden waren, dan was het niet ongewoon als ze na korte tijd afhaakten als gevolg van de uit de hand lopende ordeproblematiek. De meeste klachten van scholen en leerkrachten betroffen het gedrag van leerlingen: te mondig, te assertief, te weinig rekening houdend met anderen, korte lontjes, snel ontvlambaar, veel conflicten, en te weinig respect voor het gezag in klas en school.

Bezoek aan New York
In oktober 1998 brachten wij een studiebezoek aan het Resolving Conflict Creatively Program (RCCP) in New York. Dit programma bestond al sinds 1985 in New York, en was ten tijde van ons bezoek in 1998 uitgegroeid tot een van de bekendste schoolbrede programma's voor 'conflict resolution' in de Verenigde Staten. We maakten kennis met 'peer mediation': conflictbemiddeling door leeftijdgenoten.

'Hollandse' variant
Terug in Nederland zijn we gestart met het ontwikkelen en uitproberen van een ‘Hollandse’ variant: De Vreedzame School. We begonnen voorzichtig, en vroegen een groep van zo’n 12 leerkrachten van scholen in achterstandswijken om lesmateriaal uit te proberen. De reacties van leerkrachten, kinderen en ouders waren onmiddellijk heel positief. Wat nieuw was voor zowel leerkrachten als kinderen was de nadruk op de eigen kracht van de kinderen. Ze leerden zelf conflicten oplossen, en kregen van de leerkracht het vertrouwen om het in de praktijk toe te passen.

Duurzaam?
Zo deden we de eerste ervaring op met leerlingen als mediator. Een jaar later keerden we terug naar New York, om scholen te bezoeken waar al een tijdje met peer mediators werd gewerkt. We waren benieuwd hoe zoiets op de wat langere termijn zou werken. Tot onze verrassing bleek dat het heel moeilijk was om een school te vinden die na een paar jaar nog steeds met mediatoren werkte. Bij nader onderzoek bleek dat dit geen toeval was, maar integendeel een representatief beeld: scholen waren zeer enthousiast tijdens de invoering van leerlingmediatoren, maar konden dat enthousiasme niet volhouden.
Dit sterkte ons in de gedachte dat een dergelijke vernieuwing heel goed ingebed moest zijn in de vorming van een schoolcultuur waarin 'peer mediation' de gewoonste zaak van de wereld zou zijn. Dat idee was mede gebaseerd op de ervaringen in de begeleiding van scholen bij het invoeren van methoden voor sociaal-emotionele ontwikkeling in de 90-er jaren. Deze methoden bleken op vrijwel alle scholen na vrij korte tijd alweer op de plank te blijven staan, en ook de resultaten bleken mager.

Tweejarig traject
Die ervaringen in inzichten leidden tot een implementatiestrategie die moest voorkomen dat een enthousiaste invoering gevolgd zou worden door het snel vervagen en weer inzakken van het programma. En die ertoe zou bijdragen dat er een daadwerkelijke cultuur- en gedragsverandering op gang zou komen. De invoering van De Vreedzame School werd een tweejarig traject, met teamtrainingen, bijbehorende klassenbezoeken, ouderavond en mediatortraining.

Doorontwikkeling burgerschap
Al snel groeide de belangstelling, bij scholen en bij bestuurders. Het programma kreeg al snel verscheidene prijzen. In 2001 won het programma de Utrechtse Veiligheidspublieksprijs. In 2003 de Veiligheidsprijs van de gemeente Den Haag. In 2004 bezocht minister-president Balkenende een vreedzame school. Maar vooral de mond-op-mond-reclame van scholen zorgde ervoor dat het programma al snel naam kreeg en zich verspreidde onder de scholen.
In 2006 werden scholen wettelijke verplicht om een bijdrage te leveren aan actief burgerschap en sociale integratie. De Vreedzame School deed al veel aan burgerschapsvorming, maar is in die periode in samenwerking met de Universiteit Utrecht (Micha de Winter, hoogleraar Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken) doorontwikkeld tot een compleet programma voor sociale competentie én democratisch burgerschap. In 2010 was die doorontwikkeling afgerond.